Geen twee windparken zijn hetzelfde:
achter de bouw van OranjeWind
16.07.2026
Van een afstand lijkt elk offshore windpark hetzelfde: rijen turbines die uit de zee oprijzen, met wieken die rustig draaien in de wind. Maar als je dichterbij komt – of in dit geval spreekt met Matthias Esken, RWE’s Project Director voor OranjeWind – ontstaat een heel ander beeld. Een beeld waarin geologie, techniek, logistiek en menselijke samenwerking samen een project vormen met een geheel eigen karakter.
OranjeWind is RWE’s wind op zee-project in de Nederlandse Noordzee, ontwikkeld in een gelijkwaardig partnerschap met TotalEnergies. De installatie van de funderingen zal naar verwachting eind zomer 2026 beginnen. De eerste levering van elektriciteit aan het net staat gepland voor het voorjaar van 2027 en begin 2028 moeten de 53 turbines, met een gezamenlijk vermogen van bijna 800 MW, volledig operationeel zijn. Dit is mede mogelijk dankzij zorgvuldige planning, lessen uit eerdere projecten en het vermogen van het ervaren projectteam om uitdagingen aan te pakken die allesbehalve routinematig zijn.
Engineering in onbekend terrein
De zeebodem onder OranjeWind is een van die uitdagingen. Sterke onderwaterstromingen hebben in het projectgebied relatief hoge zandduinen gevormd, een geologisch kenmerk waarmee het projectteam rekening moet houden bij de aanleg van de kabels. “Soms moeten we eerst delen van deze zandduinen weg baggeren voordat we kabels kunnen leggen of ingraven,” legt Matthias uit. Het is een detail dat vanaf grote afstand niemand ziet, maar dat tijdens de bouw om specifieke oplossingen vraagt.
Een nieuwe generatie turbines
De windturbines zelf, een nieuwe generatie geleverd door Vestas, voegen extra complexiteit toe. Elk nieuw turbinemodel introduceert aangepaste fysieke en elektrische interfaces. Daardoor is het koppelen van deze turbines aan ontwerpen uit eerdere generaties niet simpelweg een kwestie van ‘plug-and-play’. “Met elke nieuwe generatie turbines betreed je als het ware nieuw terrein,” zegt Matthias. “We hebben bestaande interfaceontwerpen moeten aanpassen aan dit specifieke type turbine. Daarbij hebben we gebruikgemaakt van de lessen die zijn geleerd binnen het Nordseecluster-project, waar hetzelfde turbinetype wordt toegepast.”
Precisie bereiken terwijl alles beweegt
Een van de technisch meest veeleisende onderdelen is de installatie van de funderingen. Het installatieschip voor de funderingen is de Les Alizés van Jan De Nul. Dit grote en relatief nieuwe schip is ontworpen voor installatie in drijvende modus, in plaats van de traditionele jack-upmethode. Dat verschil is in de praktijk aanzienlijk. Een jack-upschip zet poten op de zeebodem en creëert zo een stabiel, vast werkplatform. Bij installatie in drijvende modus beweegt het schip mee met de zee.
“Je kunt je voorstellen dat wanneer je een paal in drijvende modus wilt installeren en er golven of deining zijn, niet alleen de paal beweegt maar ook het schip zelf,” zegt Matthias. “Zelfs kleine bewegingen van ongeveer een halve meter moeten worden gecompenseerd door het grijpersysteem dat de paal op zijn plaats houdt.” Het beheersen van de wisselwerking tussen paal, golven, stromingen en scheepsbewegingen vereist uiterst nauwkeurige techniek en zorgvuldige operationele planning. Dankzij de ervaring die RWE en Jan De Nul in eerdere projecten met de Les Alizés hebben opgedaan, heeft Matthias er vertrouwen in dat dit ook bij OranjeWind succesvol zal verlopen.
Weten wat er onder de bodem zit
De bodemweerstand varieert sterk per turbinelocatie. Op sommige plekken dringt een paal door zijn eigen gewicht al diep de bodem in voordat er ook maar één hamerslag wordt gegeven; dit fenomeen staat bekend als pile run. Op andere locaties is de weerstand juist aanzienlijk groter. Verkeerde inschattingen kunnen gevolgen hebben voor de hamer, het schip en de mensen die ermee werken. Om dit te voorkomen heeft het projectteam seismische en sonarscans uitgevoerd en voor elke locatie gedetailleerde bodemprofielen opgesteld. Daarnaast zijn diverse mitigerende maatregelen ontwikkeld en ingevoerd om veilig met pile runs om te gaan. “We moeten per locatie precies weten wat we kunnen verwachten en hoe we daarop reageren,” aldus Matthias.
Schaarse middelen veiligstellen
Tegelijkertijd blijft de infrastructuur die nodig is voor de offshorewindsector – geschikte havens, gespecialiseerde installatieschepen en installatieapparatuur – een knelpunt. Gedurende het hele project heeft het OranjeWind-team de toegang tot deze schaarse middelen zorgvuldig moeten beheren. Met partners als Sif, Vestas, TKF, Jan De Nul, Smulders en DEME is OranjeWind er echter in geslaagd samen te werken met partijen die een veilige en tijdige oplevering van het project ondersteunen.
Een generale repetitie in Hoboken
Kort voor de daadwerkelijke installatie werd bij onderaannemer Smulders in Hoboken, nabij Antwerpen, een uitgebreide test op land uitgevoerd. “We hebben daar een deel van een fundering geïnstalleerd en samen met onze belangrijkste installatieaannemers allerlei fysieke, logistieke en procedurele controles uitgevoerd. We hebben installatietools en kabelintreksystemen getest, reddingsoefeningen gehouden en noodscenario’s doorlopen. Eigenlijk hebben we alles gedaan om verrassingen tijdens de installatie op zee te voorkomen. Je vindt altijd punten die verder geoptimaliseerd kunnen worden, maar tot nu toe zijn we niets wezenlijks tegengekomen.”
Profiteren van de diepgaande expertise binnen RWE
Naast deze positieve testresultaten putten Matthias en zijn team vertrouwen uit de brede expertise die RWE en partner TotalEnergies kunnen inzetten. “Als er een probleem ontstaat,” zegt hij, “is de kans groot dat er ergens binnen onze organisaties iemand is die er kennis van heeft en weet hoe het moet worden opgelost. Iedereen heeft passie voor wat hij of zij doet en is enthousiast over offshore windenergie. Je vindt altijd goede ondersteuning binnen ons team, en ik ben ervan overtuigd dat dit uiteindelijk doorslaggevend zal zijn voor het succes van OranjeWind.”